Ik ga me nooit meer excuseren voor m’n enthousiasme, en ik hoop jij ook niet
+ de lekkerste saté van Amsterdam, gekookte peren als ontbijt en de enige waterfles die ik in de kast heb
Lieve mensen van het goede leven,
Laatst vond ik een oud rapport van de basisschool. Het moet groep zes of zeven zijn geweest. Mijn cijfers waren best goed, vooral voor taal en wereldoriëntatie (ik was toen al dol op geschiedenis). Rekenen was een drama, maar wat me vooral opviel, was deze opmerking van de juf: ‘Monique, het gaat echt prima! Alléén…. “mondje”!’
Ik weet nog goed waar dit op sloeg. Leraren, en vast ook klasgenootjes, vonden dat ik te veel aan het woord was. Ik werd al snel gezien als ‘irritant’ of ‘te aanwezig’ en kreeg dat dan ook regelmatig te horen. Dat het zwart-op-wit in mijn rapport stond, zei genoeg. Nog steeds doet die opmerking pijn. Toen ik het rapport opduikelde, voelde ik opnieuw een steek in mijn buik.
Maar als ik nu terugkijk, zie ik geen irritant kind, maar vooral een ongelofelijk enthousiast meisje. Ik wilde overal over meepraten. Ik stelde honderden vragen omdat ik wilde léren. Thuis werd dat gelukkig aangemoedigd (waar ik mijn ouders nog steeds dankbaar voor ben); aan de keukentafel voerden we gesprekken over grote onderwerpen. Maar ja, buiten de deur stuitte dat gediscussieer en eindeloos vragenvuur vaak op onbegrip.
Daarna heb ik me vaak ingehouden, of beter gezegd: verwoed een poging daartoe gedaan. Op de middelbare school, tijdens mijn studie, op werk: altijd was er die angst om ‘te veel’ te zijn.
Tot ik er doodmoe van werd.
Het kostte me flink wat sessies bij een psycholoog om het te zien, maar het is eigenlijk heel simpel: ik ben gewoon een enthousiast en aanwezig type. Punt. Natuurlijk moet ik dat soms wat indammen, zeker in bepaalde situaties. En dat doe ik dan ook. Af en toe. Maar ik ga me er nooit meer voor excuseren. En ik hoop dat jij dat ook niet doet.
Even terug naar Indonesië (maar dan aan de Haarlemmerstraat)
Sinds ik terug ben uit Bali, heb ik regelmatig heimwee naar die dagelijkse portie saté en ander lekkers van de warungs. Gelukkig ontdekte ik op steenworp afstand van mijn huis (en vlak bij het centraal station) een medicijn tegen het gemis: Satay Club.
Verwacht hier geen linnen servetten of aardewerken servies. Het is een kleine zaak die aanvoelt als een Indonesisch eethuisje: je zit aan de bar en ziet de jongens (Ezra en Valentijn) recht voor je neus met passie grillen op houtskool. Dat doen ze volgens de familierecepten van de Javaanse chef Herman, en dat proef je.
Ik bestelde de heilige drie-eenheid: kip, tempeh en lam. Ze zijn alle drie fantastisch, maar de lam is mijn persoonlijke favoriet door de unieke, diepe smaak. Laat je niet foppen door het uiterlijk: de stokjes zien er klein en donker geblakerd uit, waardoor je denkt dat ze droog zijn. Eén hap en je weet wel beter: het vlees is ongelooflijk sappig. De pindasaus is trouwens ook top.
Sla de bijgerechten niet over (vooral de pittige gestoofde aubergine is een aanrader!) en dip alles royaal in de ketjapsaus of, als je het pittiger wil, de huisgemaakte sambal. Slurp er een pakje Sosro Teh Botol (gezoete jasmijnthee) bij.
Dit is een perfecte plek voor een snelle hap – ook om mee te nemen. Ik kijk nu al uit naar het voorjaar: dan haal ik hier een tas vol stokjes om ze lekker op de rand van de gracht of in het Westerpark op te eten.
Satay Club
📍 Haarlemmerstraat 47, Amsterdam






Een Chinese kooktruc voor een blijere buik (én gratis thee)
Mijn buik en rauwe appels of peren zijn niet altijd even goede vrienden. Zeg maar gerust: vijanden. Ik krijg er last van, dus ik eet ze niet, of bak ze in de pan. Superlekker, maar ik ga dan toch weer met een flinke klont boter in de weer, en soms wil ik nou eenmaal iets lichters. Lang verhaal kort: op TikTok zag ik een video van de Chinese Sherryxiiruii die me op een goed idee bracht. Zij kookt deze pitvruchten gewoon in water.
Ik probeerde het met peren en was meteen fan. Ze worden heerlijk zacht, zoet en comforting. Bovendien blijkt het volgens de traditionele Chinese voedingsleer (en de darmtherapeut die ik onlangs in de arm nam) veel beter voor je spijsvertering om fruit warm te eten. Door het koken worden de vezels zachter en komt er pectine vrij, wat heel lief is voor je darmen.
TikTok-Sherry voegde gojibessen toe, ik ging voor kaneel en een dadel.
Enne, het kookvocht? Gooi dat alsjeblieft niet weg! Omdat je fruit, kaneel en dadel hebt meegekookt, verandert het water in een soort lichte, natuurlijke vruchtenthee. Ik giet het in een mok en drink het erbij op. Klinkt gek, maar trust me: het smaakt naar vloeibare appeltaart.
Ingrediënten (voor 1 persoon):
1 of 2 peren (of appels), goed schoongeboend en in stukjes (je kunt ze ook schillen als je wil)
1 flinke tl kaneelpoeder
1 ontpitte verse dadel (of 2 als je een zoetekauw bent)
Water
Voor erbij: (plantaardige) yoghurt en je favoriete granola
Zo maak je het:
Doe de stukjes peer (of appel) in een steelpannetje en giet er net zoveel water bij tot ze net onder staan. Doe de kaneel en de dadel(s) erbij. Breng aan de kook en laat het zo’n 10 minuten zachtjes pruttelen, tot de peer zacht is (prik even met een vorkje).
Schep de peren en de dadel(s) met een schuimspaan uit de pan. Serveer ze in een kom met yoghurt en granola. Giet het hete kookvocht in je favoriete mok en drink het als thee.


Stop met sorry zeggen voor je enthousiasme
Ik ben zo’n type dat ergens vol voor gaat. Een overenthousiast blij ei. Heel erg de Bassie (of de Ernie). Ik heb vaak een vrij matig afgesteld ‘doe maar normaal’-filter; als ik iets tof vind, gaat de vlag direct uit.
Soms vinden mensen dat ‘druk’ of ‘te veel’, maar ik kan (and frankly: wil…) eigenlijk niet anders.
Daarom raakte dit interview met ondernemer en presentator Lienke de Jong in Het Parool me zo. Ze vertelt daarin openhartig hoe ze jarenlang te horen kreeg dat ze ‘te kinderachtig’ of ‘te aanwezig’ was. Blijkbaar heerst er het idee dat puur, ongefilterd enthousiasme niet past bij volwassenheid. Als ‘grote mens’ moet je blijkbaar koel en beheerst zijn.
Zonde, toch? Ik moest tijdens het lezen direct denken aan die heerlijke quote van @kleinstukjeversheid: “Ik ga me nooit meer excuseren voor m’n enthousiasme, en ik hoop jij ook niet.”
Daar leef ik voor.
Wat ik mooi vind, is dat ze beschrijft hoe aanstekelijk enthousiasme werkt. Denk maar aan die ene leraar van vroeger die vol passie vertelde; die herinner je je nog steeds, toch? Die ene persoon kan een hele groep een leven lang inspireren.
Lienke heeft er inmiddels zelfs een boek over geschreven: De enthousiasme-revolutie. Ze combineert hierin wetenschap met haar persoonlijke zoektocht naar haar eigen ‘vonk’. Ik heb het zelf nog niet gelezen (ik ben nog enthousiast in een aantal andere boeken bezig…), maar het staat hoog op mijn verlanglijstje.
Laten we sowieso afspreken dat we het standaard riedeltje (”En, wat doe jij voor werk?”) eens vervangen door een veel leukere vraag: “Waar word jij nou écht enthousiast van?” Volgens Lienke leer je mensen dan pas echt kennen. Ik ben voor.
Lees het interview in Het Parool hier.
Kleine veranderingen in je taal met groot effect
Ik volg Sadia van het YouTube-kanaal Pick Up Limes al jaren voor haar lichte en plantaardige recepten, maar ze post steeds vaker ook video’s die niets met koken te maken hebben. Deze video over taal vond ik een eye-opener. Het gaat over hoe minieme veranderingen in je woordkeuze een wereld van verschil maken in hoe mensen op je reageren.
De klassieker ‘Ja, en…’ in plaats van ‘Ja, maar…’ ken je misschien al (zo niet: die tweede breekt je compliment direct weer af, de eerste bouwt erop voort). Maar ik leerde door deze video nog een paar mooie:
Haal de ‘jij’ en ‘ik’ eruit: Soms bouwen we onbedoeld muurtjes op met onze woorden. Vooral als emoties hoog oplopen in een discussie (voor mij ook zeer herkenbaar…), kunnen woorden als ‘jij’ of ‘ik’ klinken als een dikke beschuldiging.
Een truc? Zeg niet: “Jij hebt nooit tijd voor me!” (klinkt als een aanval), maar: “Het voelt alsof we de laatste tijd weinig tijd samen doorbrengen.” De ‘jij’ en ‘ik’ verdwijnen, en daarmee ook de schuldvraag. De focus verschuift van de persoon naar de situatie, wat direct zachter en zorgzamer overkomt.
Ik hoorde ooit de zin “Strijd niet tegen elkaar, strijd samen tegen die stomme situatie” en daar past dit perfect bij.
Deze truc werkt trouwens ook voor onszelf. In plaats van te denken “Urgh, ik ben hier zo slecht in!” (oordeel over jezelf), kun je beter tegen jezelf zeggen: “Hmm, dit gaat niet zoals het zou moeten” (observatie van de situatie).Van schuld naar keuze: vervang “ik moet” (should) eens door “ik zou kunnen” (could). Het haalt direct de druk en het schuldgevoel weg en geeft je een gevoel van autonomie terug.
De kracht van ‘omdat’: als je mensen om een gunst vraagt, stijgt de kans dat ze ‘ja’ zeggen enorm als je het woord “omdat” gebruikt, gevolgd door een reden. Zelfs als die reden eigenlijk nergens op slaat (bijvoorbeeld: “mag ik voor, omdat ik haast heb?”). Onze hersenen zijn blijkbaar dol op logica.
Een ontzettend leerzame video van een kwartiertje waar je direct iets aan hebt in je dagelijkse gesprekken.
Ik deed al m’n waterflessen de deur uit en kocht déze
Mijn keukenkast puilde uit van de bidons, waterflessen en thermosbekers; eigenlijk best beschamend voor iemand die van overzicht en strakke kastjes houdt. Van gratis Doppers uit kerstpakketten tot goedkope plastic gevallen van de Blokker. Het ergste: ze waren het allemaal nét niet. De een was te klein, de ander te zwaar, sommigen stonken naar oud plastic en uit de meeste dronk het simpelweg niet fijn. Sowieso heb ik een fles met een tuitje nodig, zeker tijdens het sporten.
Ik was er klaar mee. Ik heb de hele bende uitgemest, gedoneerd en mezelf één écht goed exemplaar cadeau gedaan dat aan alle eisen voldoet: de Owala FreeSip.
Wat een verademing. Er zijn meerdere formaten, ik heb die van 710 ml en da’s voor mij perfect: groot genoeg om lang mee te doen, maar niet zo’n idioot zwaar gevaarte als die Stanley Cups (ook geprobeerd, wat een onding, wie wil er nou met zo’n gevaarte zeulen?).
Het geniale zit ‘m in de dop. Die heeft twee openingen: een ingebouwd rietje waaruit je rechtop kunt drinken (slurpen), en een grotere opening om ouderwets uit te klokken als je fikse dorst hebt.
Oké, de fles zelf mag niet in de vaatwasser (de dop wel), maar door de grote opening heb je hem met de hand zo schoon. Hij is lekvrij, houdt je water 24 uur ijskoud en ziet er ook nog eens mooi uit. Quanto custa? € 36,99. Ja, een investering, maar hij is het dubbel en dwars waard.
Koop de Owala FreeSip hier in de blauwe kleur zoals ik heb. Op Bol.com spotte ik ‘m ook in deze leuke kleurencombi’s.
Ik hoop dat je deze week – en alle weken daarna – dat friggin ‘mondje!’ durft te roeren als je ergens enthousiast over bent. Laat je horen!
Liefs,
Monique












"Van schuld naar keuze: vervang “ik moet” (should) eens door “ik zou kunnen” (could). Het haalt direct de druk en het schuldgevoel weg en geeft je een gevoel van autonomie terug." - interessant! ik schrijf dus al best lang boven mijn 'to do lijstje': "dingen die je zou kunnen doen".
Wat een mooie nieuwsbrief Monique! En een herkenbaar rapport (wat maakt toch dat leraren denken dat ze je persoonlijkheid mogen beoordelen?!). Blijf lekker enthousiast, druk, luid, teveel, de wereld heeft dat nodig. Ik doe met je mee! Tot slot, uit dit inspirerende filmpje: ‘If I am too much for you, go find less.’
https://youtu.be/GRd9WXJtKeI
Fijne dag ☀️